Veelgestelde vragen
Op deze pagina hebben we de meest voorkomende vragen voor je verzameld en beantwoord. Hopelijk vind je hier snel wat je zoekt. Staat jouw vraag er niet tussen? Neem dan gerust contact met ons op.
Algemeen
Als een gemeente knelpunten ervaart in de samenwerking, waar kan de gemeente dat melden?
Wil je melding maken van een knelpunt of inhoudelijke punten aandragen, dan kan dat via uw contactpersoon bij Verpact, VNG of NVRD. Voor operationele zaken op de op- en overslaglocaties kun je als gemeente contact opnemen met de accountmanager van Verpact om zaken af te stemmen. Voor aandachtspunten en verbetervoorstellen voor de gang van zaken op de op- en overslag kun je als gemeente terecht bij contactpersonen van VNG of NVRD of via advies@nvrd.nl.
NB achtergrond niet voor in antwoord naar vragensteller:
De uitvoering van de overeenkomst vindt plaats in diverse werkgroepen die onder de governance vallen (art. 10 van de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen). Deze werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van zowel Verpact, VNG en NVRD. De werkgroepen rapporteren over hun voortgang aan het Uitvoerend Overleg. Dit overleg vindt minstens één keer per maand plaats en de agenda bestaat uit tactische en operationele onderwerpen. Vanuit dit overleg kan escalatie plaatsvinden naar het Bestuurlijk Overleg dat elk kwartaal plaatsvindt.
Wat doet Verpact aan de 'voorkant van de keten' om tot betere recycling van PMD te komen?
Verpact adviseert en communiceert proactief over betere recycling en voert hier ook beleid op:
- Producenten die hun verpakking beter recyclebaar maken, krijgen korting op de verpakkingsbijdrage die zij moeten betalen.
- Verpact ontwikkelt recyclechecks en stelt die beschikbaar aan producenten, zodat zij beter kunnen beoordelen of het verpakkingsontwerp en de verpakking goed recyclebaar is in het huidige systeem van inzamelen, sorteren en recyclen.
- Verpact heeft in maart 2025 een nieuwe set Weggooiwijzer-logo’s gepubliceerd. De Weggooiwijzer-logo’s helpen consumenten bij het op de juiste manier afdanken van hun verpakkingsafval, en dragen zo bij aan meer en betere sortering en recycling. Daarnaast helpt het systeem producenten/importeurs na te gaan welke afdankroute hoort bij de door hun op de markt gebrachte verpakking. Er is ook Europese wetgeving in de maak rond dergelijke logo’s, die Verpact zal delen met de producenten/importeurs zodra deze bekend zijn.
Bronscheiding, nascheiding, inzamelvergoedingen
Metingen starten in 2026, welke inzamelvergoeding is van toepassing in 2026?
Bijlage 4 Vergoedingen en Betaling geeft de berekening voor bronscheidingsvergoedingen voor 2026 aan. Het voorschot voor haalsystemen in 2026 bedraagt €195 per ton, gebaseerd op kwaliteitsstaffel 3b. Gedurende een jaar wordt de kwaliteit van het ingezamelde PMD gemeten. Op basis daarvan wordt voor 2026 achteraf vastgesteld wat de juiste kwaliteitsstaffel was en worden de voorschotten bij de jaarvergoeding verrekend (art 6.3. Bijlage 4 samenwerkingsovereenkomst cf. Kwaliteitsstaffel 3b).
Als een gemeente wil overstappen naar nascheiding, hoe komen zij dan in aanmerking voor een vergoeding uit de incidentele middelen?
Het is de verantwoordelijkheid van een gemeente om de kwaliteit van inzameling te verbeteren.
Vanuit de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen heeft Verpact een budget met incidentele middelen beschikbaar gesteld voor optimalisatie van haalsystemen en transitie cq. uitfasering van brengsystemen. Het toekenningsbeleid voor de incidentele middelen is kan worden ingezien via de website www.samenwerkingsovereenkomstverpakkingen.nl/documenten onder Overige Downloads.
Jouw gemeente kan zich ook proactief melden voor de kwaliteitsaanpak en de daarvoor beschikbare incidentele middelen. Dit kan via kwaliteit@so-verpakkingen.nl.
Is het mogelijk om in een deel van een gemeente nascheiding te hebben en in de rest van de gemeente bronscheiding?
Het is mogelijk om twee verschillende systemen te hebben binnen een gemeente, bijvoorbeeld nascheiding in wijken met hoogbouw en bronscheiding in wijken met laagbouw. Een individueel huishouden is slechts op één inzamelsysteem aangesloten en een gemeente ontvangt dus ook één vergoeding per huishouden.
Kan een gemeente overstappen naar nascheiding?
Ja, dat is een gemeentelijke beleidsbeslissing binnen de geldende wettelijke kaders. Verpact, VNG en NVRD hanteren het credo ‘bronscheiding waar het kan, nascheiding waar het nodig is’.
Wat is de vergoeding voor nascheiding?
De nascheidingsvergoeding wordt berekend op basis van het gewicht van het huishoudelijk restafval dat door of namens de gemeente is aangeboden bij een nascheider. In 2026 wordt dit gewicht in tonnen vermenigvuldigd met een tarief van €17,26 per ton.
Er zijn gemeenten met verschillende inzamelsystemen (bijvoorbeeld inzamelzakken en minicontainers) met verschillende kwaliteit. Komt er een vergoeding per inzamelsysteem of per gemeente?
Per inzamelsysteem wordt de kwaliteit via samenstellingsmetingen vastgesteld en hieruit volgt het inzameltarief per ton PMD per inzamelsysteem. De totale inzamelvergoeding bestaat uit de optelsom van de berekening: tonnage maal inzameltarief voor kwaliteit van elk inzamelsysteem in de gemeente. Het kan dus zijn dat jouw gemeente voor het tonnage van het ene inzamelsysteem een hogere inzamelvergoeding per ton krijgt dan voor het tonnage van het andere inzamelsysteem.
Mocht een inzamelsysteem binnen een gemeente aangemerkt worden als ‘Klein Systeem’, dan volgt dit systeem de kwaliteitsstaffel van het grootste inzamel- of brengsysteem ( art. 3.21 Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen).
Wat wordt er precies bedoeld met een 'deelsysteem'? En hoe worden de vergoedingen van deelsystemen vastgesteld?
Een deelsysteem is één inzamelvoorziening voor een kleine en duidelijk afgebakende groep huishoudens. De gemeente gebruikt een deelsysteem als maatwerk voor een specifiek pand en een specifieke oplossing. Een deelsysteem is altijd maatwerk. Daarom kan een deelsysteem geen hoofd-inzamelsysteem zijn in een wijk of gebied. Als dat wel zo is, is het geen maatwerk meer, maar een brengsysteem.
De vergoedingen voor deelsystemen volgen dezelfde kwaliteitsstaffel als minicontainers en zakken. Dit is de kwaliteitsstaffel voor haalsystemen. Dit geldt ook voor PMD dat afkomstig is van een milieustraat of afvalbrengstation.
De Werkgroep Kwaliteit heeft een notitie geschreven over deelsystemen. Daarin staat wat deelsystemen zijn, wanneer ze kunnen worden gebruikt en hoe ze zich verhouden tot andere inzamelsystemen. Er is ook een beslisboom. Deze helpt om vooraf in te schatten of een deelsysteem in een specifieke situatie past. De notitie en de beslisboom zijn te vinden op: www.samenwerkingsovereenkomstverpakkingen.nl/documenten
Kwaliteit verbeteren
Voor brengsystemen die meer dan 65% PMD bevatten lijkt geen urgentie om uit te faseren, zal dit uiteindelijk toch gebeuren?
Uitfaseren van brengsystemen maakt onderdeel uit van de nieuwe afspraken (art. 3.2 Samenwerkingsovereenkomst). Brengsystemen met meer dan 65% PMD hebben minder urgentie dan brengsystemen die slechter presteren, maar uiteindelijk komen ook deze aan de orde. Tot die tijd wordt voor het ingezamelde PMD uit deze brengsystemen vergoed conform de kwaliteitsstaffel.
Wanneer wordt bepaald welke gemeente op de focuslijst van slecht presterende brengsystemen staat en wanneer kan dan overleg plaatsvinden over een transitieplan per gemeente?
Het is de verantwoordelijkheid van een gemeente om de kwaliteit van inzameling te verbeteren. Vanuit de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen heeft Verpact een budget met incidentele middelen beschikbaar gesteld voor optimalisatie van haalsystemen en transitie cq. uitfasering van brengsystemen. Het toekenningsbeleid voor de incidentele middelen is kan worden ingezien via de website www.samenwerkingsovereenkomstverpakkingen.nl/documenten onder Overige Downloads.
Jouw gemeente kan zich ook proactief melden voor de kwaliteitsaanpak en de daarvoor beschikbare incidentele middelen. Dit kan via kwaliteit@so-verpakkingen.nl.
Zijn er gemeenten die de norm van 85-100% zuiverheid halen en zo ja, zouden de bijbehorende ´best practices´ gedeeld kunnen worden?
Vanaf 1 januari 2026 vinden de samenstellingsmetingen plaats die de kwaliteitsstaffel per inzamelsysteem per gemeente bepalen. Daarom is op dit moment niet bekend welke gemeenten de norm van 85%-100% zuiverheid halen. Uit onderzoeken uit het verleden weten we wel welke systemen goed presteren. Deze principes zijn opgenomen in het Plan van Aanpak Kwaliteit (bijlage 6 Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen). Verder werkt de werkgroep Kwaliteit aan het ontsluiten en beschikbaar stellen van de ´best practices´ voor gemeenten.
Hoe kan een gemeente incidentele middelen krijgen voor optimalisatie en/of transitie?
Het toekenningsbeleid is te vinden op: www.samenwerkingsovereenkomstverpakkingen.nl/documenten, onder Overige downloads. De gemeente kan zich ook zelf aanmelden voor de kwaliteitsaanpak en de beschikbare incidentele middelen. Dit kan via kwaliteit@so-verpakkingen.nl.
Wat wordt er precies bedoeld met een ´deelsysteem´? En hoe worden de vergoedingen van deelsystemen vastgesteld?
Een deelsysteem is één inzamelvoorziening voor een kleine en duidelijk afgebakende groep huishoudens. De gemeente gebruikt een deelsysteem als maatwerk voor een specifiek pand en een specifieke oplossing. Een deelsysteem is altijd maatwerk. Daarom kan een deelsysteem geen hoofd-inzamelsysteem zijn in een wijk of gebied. Als dat wel zo is, is het geen maatwerk meer, maar een brengsysteem.
De vergoedingen voor deelsystemen volgen dezelfde kwaliteitsstaffel als minicontainers en zakken. Dit is de kwaliteitsstaffel voor haalsystemen. Dit geldt ook voor PMD dat afkomstig is van een milieustraat of afvalbrengstation.
De Werkgroep Kwaliteit heeft een notitie geschreven over deelsystemen. Daarin staat wat deelsystemen zijn, wanneer ze kunnen worden gebruikt en hoe ze zich verhouden tot andere inzamelsystemen.
Er is ook een beslisboom. Deze helpt om vooraf in te schatten of een deelsysteem in een specifieke situatie past. De notitie en de beslisboom zijn te vinden op: https://www.samenwerkingsovereenkomstverpakkingen.nl/documenten
Meetsysteem en metingen
Hoe vaak wordt er gemeten? En wordt er bij kleine gemeenten net zo vaak gemeten als bij grote gemeenten?
Het aantal metingen in een gemeente hangt af van het inzamelsysteem of combinatie van inzamelsystemen.
Bij elk inzamelsysteem geldt in 2026 het volgende:
- Zakken: 10 metingen
- Minicontainers: 14 metingen
- Deelsystemen: 14 metingen
- Brengsystemen: 14 metingen
De grootte van de gemeente maakt hierbij geen verschil.
Hoe wordt omgegaan met grensoverschrijdende routes? Hoeveel metingen dienen hier te worden gedaan?
Er wordt gemeten per inzamelsysteem. Als meerdere gemeenten een inzamelsysteem 'delen' en daarvoor gemeentegrensoverschrijdende inzamelroutes rijden, dan wordt het aantal metingen voor het betreffende inzamelsysteem gedaan.
De gemeten kwaliteit en bijbehorende staffel gelden dan voor alle gemeenten in die route als alle routes voor dat inzamelsysteem gemeentegrensoverschrijdend zijn. Anders delen de gemeenten het resultaat van de meting van deze route (die toevallig in de steekproef viel) en wordt dat samengevoegd met de resultaten van de niet-grensoverschrijdende routes voor dat systeem bij die gemeente, en krijgt elke gemeente voor zich een indeling in een staffel voor dat inzamelsysteem. Er wordt gemeten per inzamelsysteem.
Wanneer kan ik in de VANG omgeving resultaten van de metingen die verricht zijn in mijn gemeente inzien?
De meetresultaten worden door het meetbureau geregistreerd en moeten vervolgens gecontroleerd worden op juistheid. Intussen is daarvoor een validatieproces ingericht en zijn steeds meer metingen ‘definitief’. Er wordt nu hard gewerkt aan een technische koppeling tussen de meetregistratie en het VANG-dashboard, zodat de meetresultaten vanaf eind maart beschikbaar zijn in de VANG‑omgeving. Zodra de resultaten zichtbaar zijn, ontvangen alle geregistreerde gebruikers hierover bericht.
Tot die tijd delen we geen losse meetresultaten. Dit is heel bewerkelijk en het is niet uitvoerbaar dit in korte tijd voor alle gemeenten en alle metingen te doen. Daarom is ervoor gekozen om er vooral op in te zetten om de automatische ontsluiting z.s.m. gereed te hebben. Wij vragen hiervoor uw begrip en nog even geduld.
Wie zorgt voor opdrachtverstrekking richting meetbureaus?
Verpact, VNG en NVRD verstrekken gezamenlijk de opdracht voor het uitvoeren van de samenstellingsmetingen aan meetbureaus. Verpact, VNG en NVRD zorgen gezamenlijk ook voor de algehele coördinatie, registratie en dagelijkse aansturing.
Klopt het dat alleen samenstellingsmetingen van na 1 januari 2026 meetellen voor het bepalen in welke kwaliteitsstaffel een gemeente komt?
Ja, dat klopt. In opdracht en onder regie van Verpact, VNG en NVRD voeren verschillende meetbureaus samenstellingsmetingen uit. Alleen samenstellingsmetingen die onder deze regie zijn uitgevoerd, tellen mee voor het bepalen van de kwaliteitsstaffel.
Hoe wordt gemeten bij gemeenten die tegelijkertijd PMD met minicontainers en een klein deel met zakken inzamelen?
Als een gemeente in één route PMD inzamelt uit verschillende inzamelsystemen, bijv. minicontainers en zakken, waarbij het PMD in eenzelfde vracht komt, dan geldt dat dit samen, als één systeem, wordt gemeten.
Als een gemeente meerdere inzamelsystemen naast elkaar hanteert en per systeem ophaalt, dan wordt elk inzamelsysteem apart gemeten.
Hoe ziet het meetprotocol eruit?
Het meetprotocol is als Annex A van Bijlage 3 opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen. Dit meetprotocol is door de partijen Verpact, VNG en NVRD gezamenlijk vastgesteld.
Onze gemeente heeft een inzamelsysteem waarmee weinig PMD wordt ingezameld. Hoe weten we of dit een Klein Systeem is en niet gemeten hoeft te worden?
In de VANG omgeving is te zien welke inzamelsystemen van een gemeente zijn geregistreerd, met daarbij per inzamelsysteem de ingezamelde hoeveelheden PMD.
Van inzamelsystemen waarvan de kwaliteit wordt gemeten, worden daarbij ook de gegevens van het meetplan (aantal benodigde metingen) en de meetresultaten beschikbaar gesteld. Wanneer een inzamelsysteem wordt behandeld als een Klein Systeem, is dat hier zichtbaar.
Het ter beschikking stellen van gegevens in VANG is nog in ontwikkeling, mogelijk zijn deze gegevens in de aanloopperiode nog niet zichtbaar.
Hoe is bepaald of een inzamelsysteem een Klein Systeem is?
Of een inzamelsysteem van een gemeente een Klein Systeem is en niet wordt gemeten, is bepaald bij het opstellen van het Meetplan.
Dit is gedaan door de werkgroep Meetsysteem, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van VNG, NVRD en Verpact. Hierbij is rekening gehouden met het aantal uit te voeren metingen, de kosten per meting en het verwachte in te zamelen tonnage PMD, voor zover hier een inschatting beschikbaar was.
Ook is rekening gehouden met andere inzamelsystemen bij elke gemeente: het systeem waarmee naar verwachting het meeste PMD wordt ingezameld, wordt gezien als primair systeem en dat wordt altijd gemeten, ook als het een Klein Systeem is. Dit is nodig omdat er anders geen basis is voor de indeling van de gemeente in een kwaliteitsstaffel.
Daarnaast kan het zo zijn dat een Klein Systeem toch in het Meetplan is opgenomen en gemeten wordt voor het verkrijgen van aanvullend benodigde informatie (bijvoorbeeld over de kwaliteit van bepaalde inzamelsystemen).
Een inzamelsysteem dat wij als gemeente hanteren is een Klein Systeem maar is wel opgenomen in het meetplan. Betalen wij als gemeente daar dan de kosten van?
De gemeentelijke kosten van het meten worden op basis van een verdeelsleutel verdeeld over alle gemeenten. Als een Klein Systeem alsnog wordt gemeten, worden de kosten daardoor collectief gedragen en komen deze niet specifiek ten laste van de betreffende gemeente.
Betalingen
Hoe worden de voorschotten voor 2026 bepaald?
De berekening van het voorschot 2026 is als volgt:
- het gewicht van het ingezamelde PMD per inzamelsysteem per kwartaal,
- vermenigvuldigd met het inzameltarief van Kwaliteitsstaffel 3B (= 195 euro).
Uitzondering hierop is als een gemeente enkel brengsystemen heeft: in dat geval is er geen voorschot. Daarnaast kan een gemeente kiezen om helemaal af te zien van een voorschot voor bepaalde inzamelsystemen. Dit kan een gemeente doorgeven aan de accountmanager van Verpact.
Zie art 6.3 Bijlage 4 Vergoedingen en Betaling Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen
Voor welke kosten zijn er incidentele middelen beschikbaar?
Binnen de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen zijn er voor gemeenten incidentele middelen voor de optimalisatie van haalsystemen en de uitfasering van brengsystemen beschikbaar (art 4.5 Samenwerkingsovereenkomst).
Het toekenningsbeleid voor de incidentele middelen is kan worden ingezien via de website www.samenwerkingsovereenkomstverpakkingen.nl/documenten onder Overige Downloads.
Op- en overslag
Hoe vindt de machinale opschoning plaats? Is dat een nieuw systeem of een bestaand systeem?
Machinale opschoning is een nieuw onderdeel in de afspraken. In bijlage 8 van de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen vind je een opschoningsprotocol opgesteld om instructies te geven voor een eenduidige en uniforme uitvoering van opschoning van ingezameld huishoudelijk PMD-materiaal door gemeenten. Het protocol geeft een heldere omschrijving van het opschoonproces van door gemeenten aangeleverd brongescheiden PMD-materiaal op op- en overslaglocaties.
Zal elke overslag opschonen?
Het opschoningsprotocol is van toepassing op alle op- en overslaglocaties waar een gemeente ingezameld huishoudelijk PMD-materiaal aanlevert. De op- en overslaglocatie voert de opschoning uit, indien nodig, op alle binnenkomende vrachten huishoudelijk PMD-materiaal.
Wie draagt de kosten voor verwijdering van stoorstoffen?
Opschoning is onderdeel van het proces op de op- en overslag, waar Verpact verantwoordelijk voor is en de kosten voor draagt. De be- en/of verwerking van verwijderde stoorstoffen komt voor rekening en risico van de aanleverende gemeente.
Wanneer vindt de overdracht van materiaal plaats?
Het na de opschoning resterende PMD-materiaal wordt aan Verpact overgedragen en komt vanaf dat moment voor rekening en risico van Verpact. Dit heet de overdracht. Het gewicht van het PMD-materiaal ten aanzien waarvan overdracht heeft plaatsgevonden betreft het inzamelgewicht.
Ten aanzien van de bij opschoning verwijderde stoorstoffen bij de op –en overslag vindt geen overdracht plaats. Verwijderde stoorstoffen worden voor rekening en risico van de aanleverende gemeente be- en/of verwerkt (Art. 3.8 Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen).
Ten aanzien van het materiaal dat bij opschoning op de Op-en Overslag verwijderd wordt, geldt dat de be- en/of verwerking van verwijderde stoorstoffen voor rekening en risico komt van de aanleverende gemeente. Is die aanleverende gemeente dan ook verantwoordelijk voor de keuze van een verwerker van verwijderde stoorstoffen en het transport?
De verwijderde stoorstoffen bij de op- en overslag zijn voor rekening en risico van de gemeente. De verantwoordelijke gemeente dient zelf met de op- en overslag overeen te komen welke keuze er gemaakt wordt voor de verwerking van de verwijderde stoorstoffen en transport. Indien gewenst en van toepassing kan Verpact en/of RKN voor een centrale verwerking van dit materiaal met de gemeente meedenken, een passend advies geven of zelfs volledig ontzorgen.
VANG tool
Ik heb een vraag over de VANG tool
Wil je inloggen in de VANG data tool voor weeg-, opschoon- en meetresultaten? Ga naar https://platform.vang.eu/ en log in met je e-mailadres en wachtwoord.
Alle veel gestelde vragen en over de VANG tool vind je hier.
ICT, Data en Transparantie
Hoe krijg een gemeente inzicht in de data van bijvoorbeeld samenstelling? Hoe wordt dat voor gemeenten inzichtelijk gemaakt?
De praktische aspecten van het dataplatform is op dit moment werk in uitvoering. Hierin is het uitgangspunt dat verzamelde data voor alle partijen inzichtelijk is. Gemeenten krijgen inzage in de resultaten van de samenstellingsmetingen bij hun eigen gemeente. Deze samenstellingsmetingen gebeuren aan de hand van de nieuwe PMD-specificatie en geven inzicht in het aandeel PMD (doelmateriaal) en niet-PMD, maar geven geen additionele informatie over de samenstelling.
Communicatie naar inwoners
Wat zijn de nieuwe scheidingsregels voor PMD en wat is daarin veranderd ten opzichte van de oude scheidingsregels?
Per november 2025 is de Wel/Niet-lijst aangepast. Hiermee komt de oude Wel/Niet-lijst te vervallen. O.a. spuitbussen, plastic en aluminium koffiecapsules en grote kunststof verpakkingen, zoals folies, staan nu aan de WEL-kant. Plastic en metalen items die geen verpakking zijn, staan aan de NIET-kant. Meer hierover lees je hier.